Erelonen en kosten
Erelonen en kosten zijn onder te verdelen in drie delen, te weten:
- de gerechtskosten
- de kantoorkosten
- het ereloon
De gerechtskosten zijn kosten van gerechtsdeurwaarders, rechtbanken, notarissen, gerechtsdeskundigen, beëdigde vertalers, enz.
(opsomming niet limitatief).
Kantoorkosten zijn:
- de kosten voor de opening en aanleg van het dossier: 100 €
- de briefwisseling en typwerk zoals bijvoorbeeld conclusies, verzoekschriften, enz. (opsomming niet limitatief): 11 € per getypte pagina
- fotokopiekosten: 0,50 € per pagina
- verplaatsingskosten:
- vervoerstijd: 25 € per uur
- kilometervergoeding: 0,50 € per km
- telefoon, fax en e-mail worden niet supplementair aangerekend
- kosten van derden worden wel supplementair aangerekend
Ereloon:
Het basisprincipe is een overeenkomst met de cliënt. Het ereloon kan worden berekend op twee manieren, te weten:
- naar de waarde van het geding en dit volgens een bepaald percentage gaande van 15 tot 8 % per schijf
- per uur, waarbij een uurtarief van minimum 100 € met tijdseenheden van 6 minuten wordt aangerekend, één en ander afhankelijk van de waarde van het geding, de moeilijkheidsgraad, enz.
Er worden steeds in de loop van het geding tussentijdse staten en prestatiebladen bezorgd en de cliënt wordt vanzelfsprekend nauwgezet van alle ontwikkelingen in zijn dossier op de hoogte gehouden.
Een eerste oriënterend of inleidend gesprek op kantoor kost 50 € per half uur.
Met ingang van 1 januari 2008 is een nieuwe regeling ingegaan voor de “rechtsplegingsvergoeding”, d.i. de forfaitaire vergoeding die de verliezende partij in een procedure dient te betalen aan de winnende partij als gedeeltelijke tussenkomst in de kosten en erelonen van haar advocaat.
De wetgever heeft een basisbedrag voorzien, waarvan de rechter op vraag van de partijen of één van de partijen kan afwijken; de wet voorzien alleszins een minimum en een maximum dat de rechter moet respecteren. De door de wet voorziene bedragen hangen af van het bedrag van de vordering. Indien de zaak niet in geld waardeerbaar is is een basis van 1.200 € voorzien met een minimum van 75 € en maximum van 10.000 €.
Voor zaken bij de Arbeidsrechtbank en het Arbeidshof zijn afwijkende – veel lagere – vergoedingen voorzien.
De tabellen met de bedragen vindt u hier. Het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 kan u hier raadplegen.
De bedragen van de rechtsplegingsvergoedingen worden aangepast aan de index (vermeerdering of vermindering met 10 % als de index met 10 punten gestegen of gedaald is).
De door de rechtbank toegekende en door de tegenpartij betaalde rechtsplegingsvergoeding wordt uiteraard – zoals voordien – verrekend in de uiteindelijke staat van kosten en erelonen.
|